Succesvolle arbeidsparticipatie vraagt om innovatie en meer samenwerken

Werkgevers hebben een tienpuntenplan gepresenteerd om de afspraken in de Participatiewet wat soepeler in te vullen. Volgens VNO-NCW, MKB Nederland en LTO moet de subsidieregeling niet alleen kunnen worden gebruikt voor mensen met een overduidelijke arbeidsbeperking, maar ook voor mensen met psychische of sociale problemen, jongeren uit het speciaal onderwijs en andere groepen. Volgens werkgevers kan alleen dan de norm worden gehaald die de overheid aan het bedrijfsleven heeft opgelegd: 100.000 arbeidsgehandicapten aan de slag in het bedrijfsleven in 2026. Niet omdat de oorspronkelijke doelgroep te klein is, maar omdat de regels zo ingewikkeld zijn.

In dezelfde week meldde de staatsecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dat we op schema liggen bij het bereiken van het gestelde doel. Wat de cijfers van het ministerie niet laten zien is dat het echte probleem niet opgelost wordt. Oneerbiedig gezegd: de resultaten zijn behaald in de groep die ‘laaghangend fruit’ wordt genoemd. Er is ‘handel’ in alleen de ‘top’ van kandidaten ontstaan, bijvoorbeeld in de groep hoog opgeleide autisten. Voor kandidaten die niet tot die top behoren zullen de inspanningen per plaatsing straks alleen maar groter moeten zijn. VNO-NCW anticipeert hierop. Door de doelgroep uit te breiden naar meer mensen met meer potentie dan de oorspronkelijke doelstelling hoopt VNO-NCW het doel in de toekomst toch te kunnen halen.

Met verruiming van de doelgroep kan het probleem ontstaan dat juist die mensen waar de wet voor was bedoeld buiten de boot vallen: mensen met een hele grote afstand tot de arbeidsmarkt.

Waarom is het zo lastig om moeilijk bemiddelbare mensen aan het werk te krijgen ondanks de subsidiering die de Participatiewet biedt? En ondanks betrokken werkgevers? De bestaande infrastructuur en de organisaties die hier deel van uitmaken zoals de werkbedrijven, gemeenten en UWV lijken nog onvoldoende ingericht om succesvol (nieuwe) functies en kandidaten bij elkaar te brengen. Informatie over kandidaten is privacygevoelig en mensen met een arbeidsbeperking zijn vaak alleen omschreven vanuit die beperking en niet vanuit talenten en employability. Dat terwijl werkgevers zo min mogelijk obstakels tegen zouden moeten komen bij het rekruteren van deze mensen.

Tweedeling
Ondertussen tikt de klok en neemt probleem van een tweedeling in de samenleving toe

Een ander probleem is dat niet iedere werkgever die een steentje wil bijdragen, een passende baan beschikbaar heeft. In met name de grotere organisaties is eenvoudiger werk uitbesteed of het is er domweg niet. Waar wel werk is, bijvoorbeeld bij veel kleine en middelgrote bedrijven, zijn vaak aanpassingen op de werkvloer of extra opleiding nodig om iemand een bepaalde functie te kunnen laten uitoefenen. Bij veel kleinere werkgevers zijn de financiële middelen voor deze investering ontoereikend.

Ondertussen tikt de klok en neemt het probleem van tweedeling in onze samenleving toe. Een meer directe oplossing moet uit een andere hoek komen: het benutten van de kracht van sociale netwerken, van ICT, van sociale betrokkenheid van werkgevers, van andere, slimme financiering, van publiek-private samenwerkingsverbanden.

ParticipatieCertificaat.nl is een goed voorbeeld. De ene werkgever schaft certificaten aan, de andere kan gelden uit certificaten benutten. Bijvoorbeeld voor gemeentegrensoverschrijdende reiskosten, een noodzakelijke opleiding of extra begeleiding, die anders niet vergoed wordt. Gelden uit een certificaat worden direct aan een arbeidscontract gekoppeld. Dit initiatief zorgt ervoor dat werkgevers samen talenten benutten, kandidaten inzetten op zinvol werk.

De (demissionair) staatssecretaris heeft moeite met dergelijke vormen van creatieve publiek-private samenwerking, ze wilde alles ‘zelf’ doen. Terwijl creatief en geïnspireerd samenwerken juist belangrijk is nu werkgevers zo expliciet aan zet zijn om deze maatschappelijke problemen te helpen oplossen. Bovendien is sociaal ondernemerschap in opkomst en wordt het alom geprezen. Daarom moeten partijen in de polder op moderne wijze meewerken aan een gezamenlijke nieuwe aanpak op weg naar een inclusieve samenleving. Waarin ook mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt een plek kunnen krijgen.

Mirjam van Praag is hoogleraar aan de Copenhagen Business School en Universiteit van Amsterdam en voorzitter van de raad van advies van Participatie Certificaat.